"De assistente kon me meteen vertellen of ik een ontsteking heb"

Diagnostiek bij de huisarts

Voor Nienke, van ons

Gezamenlijke afspraak Diagnostiek voor U en Jeroen Bosch Ziekenhuis bloedgroep zwangeren

Al jaren willen artsen en verloskundigen dat gegevens voor de bloedgroep die in verschillende laboratoria bepaald zijn, onderling worden uitgewisseld. Dit in de veronderstelling dat de uitgifte van bloed daarmee versneld kan worden, echter: inzage in de bloedgroep zal de uitgifte van bloed niet versnellen. De uitwisseling van de bloedgroep is namelijk niet de beperkende factor voor de uitgifte van bloed in (acute) situaties.

De uitgifte van bloed gebeurt alleen op basis van de aanbevelingen beschreven in de CBO Richtlijn Bloedtransfusiebeleid. Binnen een ziekenhuis is het laboratorium de afdeling die de bloedgroepgegevens voor transfusie nodig heeft, omdat in het laboratorium de selectie voor de juiste compatibele eenheden bloed plaatsvindt. Een bloedgroep is pas definitief als deze twee keer is vastgesteld in het laboratorium dat de eenheden bloed uitgeeft (Aanbeveling 3.1.3). Het gebruik van bloedgroepen die bepaald zijn in een ander laboratorium kan alleen onder bepaalde voorwaarden: als een bloedgroep elders vastgesteld is (2 keer bepaald!), dan mag het laboratorium deze laten gelden als één enkele bloedgroep uitslag (Aanbeveling 3.4.2).

Echter: naast een bloedgroepbepaling dienen er nog meer bloedonderzoeken te worden uitgevoerd voordat er bloed gegeven mag worden! Eén van de onderzoeken is de screening op irregulaire antistoffen die alleen ten tijde van een aanvraag voor bloed kan worden uitgevoerd. Deze test duurt vele malen langer dan een bloedgroepbepaling en in de tussentijd kan de bloedgroepbepaling gemakkelijk één of meerdere keren worden uitgevoerd. Hierdoor is een bepaling van de bloedgroep niet de beperkende factor bij het selecteren van de zakken bloed voor een transfusie en zal dit geen vertraging geven.

Nota bene: in acute situaties waarbij direct bloed nodig is en de bloedgroep onbekend is, kan altijd 0 negatief bloed aangevraagd/gegeven worden (ongekruist). Ongeacht of de gegevens van de bloedgroep wel of niet bekend zijn, dit omdat voor de selectie van bloed meer nodig is dan alleen de bloedgroep (aanbeveling 3.6.1.3 en 3.7.1).

Tussen het laboratorium JBZ en Diagnostiek voor U zijn afspraken gemaakt. Medewerkers van het laboratorium JBZ (en andere laboratoria) kunnen zo nodig 24 uur per dag informatie over een zwangere waarvan de bloedonderzoeken zijn uitgevoerd bij Diagnostiek voor U opvragen. In de bijlage vindt u relevante citaten uit de richtlijn Bloedtransfusie.

Vragen of opmerkingen
Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u contact opnemen met Karin Nabbe, klinisch chemicus Diagnostiek voor U via karin.nabbe@diagnostiekvooru.nl of 040 – 21 41 172.

Citaten uit de richtlijn:
Aanbeveling 3.1.3
Bij het definitief vaststellen van de ABO/RhD-bloedgroep dienen er tenminste twee onafhankelijke afnames van bloedmonsters te worden uitgevoerd. Onafhankelijk betekent dat de twee afnames met volledige patiëntenidentificatie moeten worden uitgevoerd op verschillende tijdstippen, verschillende locaties of door verschillende flebotomisten. Bij beide monsters moet er sprake zijn van een éénduidige identificatie van de patiënt en een éénduidige koppeling van het monster aan de patiënt. Een ABO/RhD-bloedgroep is pas definitief vastgesteld wanneer aan deze eis is voldaan zonder dat hierbij discrepanties zijn ontdekt.

Aanbeveling 3.4.2
Een door derden bepaalde ABO/RhD bloedgroep mag in spoedeisende situaties als een eenmalig onafhankelijk bepaalde bloedgroep worden beschouwd wanneer het bloedtransfusielaboratorium beschikt over (een kopie van) een officieel (lees: aantoonbaar geautoriseerd) rapport met de correcte identificatiegegevens en de definitieve bloedgroep.

Aanbeveling 3.6.1.3
Voor de selectie van RhD identieke eenheden wordt bij vrouwen jonger dan 45 jaar aanbevolen om zolang de RhD bloedgroep niet definitief bepaald is negatieve eenheden te selecteren.

Aanbeveling 3.7.1
Om het aantal gevallen van hemolytische ziekte bij pasgeborenen ten gevolge van anti-K anti-c en anti-E zo veel mogelijk te reduceren, dienen alle vrouwen jonger dan 45 jaar getransfundeerd te worden met K-, c- en E-compatibele eenheden. Het is niet noodzakelijk deze vrouwen eerst te typeren voor het K-antigeen. Indien de typering van het K-antigeen van de patiënt bekend is kan ook K-compatibel getransfundeerd worden.